Je werkgever kan je een straf opleggen als je je niet als een goed ambtenaar gedraagt. Als een straf wordt opgelegd, dan wordt dit altijd schriftelijk kenbaar gemaakt.

De volgende straffen zijn mogelijk:

  • een schriftelijke berisping;
  • vermindering van je IKB-uren;
  • uitsluiting van periodieke salarisverhogingen gedurende maximaal 4 jaar;
  • verplaatsing, eventueel met een tegemoetkoming in de verplaatsingskosten;
  • een boete. Een boete is alleen mogelijk als in het personeelsreglement van je organisatie daarover afspraken met vakbonden zijn opgenomen en je een regel heeft overtreden waarvoor in het personeelsreglement een boete geldt.
  • beëindiging van je dienstverband.

Jouw kant van het verhaal

Als je werkgever je wil straffen, krijg je altijd de gelegenheid om jouw kant van het verhaal te vertellen. Daarbij kun je je laten bijstaan. Je kunt jouw kant van het verhaal schriftelijk en/of mondeling toelichten. Als je kiest voor een mondelinge toelichting wordt daarvan een verslag gemaakt, dat je te zien krijgt voordat het wordt vastgesteld. Als je het niet eens bent met de inhoud van het verslag, wordt dit in het verslag vermeld. Je ontvangt een afschrift van het definitieve verslag.

Hoe wordt de straf bepaald?

Als een straf wordt opgelegd, dan staat deze in verhouding tot je gedraging die heeft geleid tot het opleggen van de straf.

Strafrechtelijke procedure

Heb je voor hetzelfde feit al een straf gekregen van de rechter? Dan staat deze straf los van de door je werkgever opgelegde straf. In de praktijk wordt wel rekening gehouden met een eventuele strafrechtelijke procedure, maar meestal wacht je werkgever hier niet op. Ook een eventuele vrijspraak van de rechter staat los van een straf opgelegd door je werkgever.