De sector Rijk kent enkele tientallen substantieel bezwarende functies (SB-functies). Het gaat om functies met veel lichamelijke inspanning, zware fysieke omstandigheden en/of een hoge geestelijke belasting. De substantieel bezwarende functies bij het Rijk zijn gedefinieerd in een overzicht. Heb je een van deze functies? Dan kun je eerder met ontslag of deels stoppen met werken.

Substantieel bezwarende functies worden regelmatig beoordeeld op het criterium substantieel bezwarend, oftewel hoe fysiek en/of mentaal zwaar je functie is. Als bij die beoordeling blijkt dat je SB-functie niet meer substantieel bezwarend is, geldt mogelijk voor jou het overgangsrecht substantieel bezwarende functies. Een overzicht van deze functies vind je in de bijlagen bij CAO Rijk.

Uitkering substantieel bezwarende functies (SBF-uitkering)

Ben je 60 jaar of ouder en werk je 5 jaar of langer aaneengesloten in een substantieel bezwarende functie? Dan heb je recht op een SBF-uitkering als je stopt met werken. Je neemt dan zelf SBF-ontslag.  Je kunt ook deels stoppen met werken met recht op een SBF-uitkering. Je vraagt dan arbeidsduurvermindering aan.

SBF-uitkering bij SBF-ontslag

Ben je 60 jaar of ouder en heb je 5 jaar of langer aaneengesloten in een substantieel bezwarende functie gewerkt? Dan heb je na ontslag onder voorwaarden recht op een SBF-uitkering.
Je hebt recht op een SBF-uitkering als je:

  • vijf jaar of langer aaneengesloten in een SB-functie werkt
  • de leeftijd hebt bereikt waarop je ABP keuzepensioen kan ingaan
  • niet deelneemt aan de PAS-regeling of daarmee stopt
  • de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt;
  • geen WW-uitkering aanvraagt;
  • geen gebruikgemaakt hebt van de ‘Tijdelijke regeling overstap naar een niet-substantieel bezwarende functie’.

Duur SBF-uitkering

De duur van je SBF-uitkering is afhankelijk van je geboortejaar:

geboortejaar:

uitkeringsduur:

1957, 1958

31 maanden

1959, 1960

30 maanden

1961, 1962

29 maanden

1963

28 maanden

1964

27 maanden

1965 en verder

26 maanden

Als je je arbeidsduur in je SB-functie vermindert, wordt je uitkeringsduur opnieuw berekend. Je uitkering eindigt na afloop van de uitkeringsduur of zodra je je AOW-leeftijd bereikt.

SBF-uitkeringsgrondslag en hoogte SBF-uitkering

De SBF-uitkeringsgrondslag is je maandinkomen plus je eventuele salarisgarantie/salarissuppletie verminderd met je eventuele nominale toelage onregelmatige dienst, afbouwtoelage en waarnemingstoelage. Als je maandinkomen vanwege je toelagen steeds anders is, wordt je SBF-uitkeringsgrondslag bepaald door het gemiddelde te nemen van de laatste twaalf kalendermaanden voorafgaand aan je ontslag.

Voor de berekening van de hoogte van je SBF-uitkering wordt gebruikgemaakt van de SBF-uitkeringsgrondslag, waarop je op de dag voorafgaand aan je SBF-ontslag recht hebt of bij uitoefening van je functie zou hebben gehad. Als je voorafgaand aan je SBF-ontslag buitengewoon verlof in verband met VWNW hebt, wordt de SBF-uitkeringsgrondslag bepaald op de dag voorafgaand aan je buitengewoon verlof.
De hoogte van je SBF-uitkering bedraagt 80% van je SBF-uitkeringsgrondslag.

Let op!

Stop je deels met werken met recht op SBF-uitkering? Dan wordt de uitkering naar verhouding berekend. Je uitkeringsduur wordt langer.

Nieuwe of hogere inkomsten

Naast je SBF-uitkering mag je 20% van je SBF-uitkeringsgrondslag bijverdienen door uitbreiding van uren in je oorspronkelijke functie of met ander werk. Als je nieuwe inkomsten na je SBF-ontslag meer bedragen dan 20% van je SBF-uitkeringsgrondslag, wordt je uitkering verlaagd met het meerdere boven 20%.
Deze verlaging van je SBF-uitkering wordt ook toegepast als je:

  • direct voorafgaand aan je ontslag een periode van non-activiteit of verlof had waarin je nieuwe inkomsten hebt gekregen en deze na je SBF-ontslag meer bedragen dan 20% van je SBF-uitkeringsgrondslag.
  • voor je SBF-ontslag andere inkomsten had, die na je SBF-ontslag hoger zijn geworden. Verlaging van je SBF-uitkering gebeurt alleen als de verhoging meer bedraagt dan 20% van je SBF-uitkeringsgrondslag. In een dergelijke situatie wordt je SBF-uitkering niet verlaagd als je aan kunt tonen dat de verhoging niet komt doordat je meer bent gaan werken.

Een pensioenuitkering wordt niet meegeteld bij nieuw en ander inkomen.

Arbeidsongeschiktheidsuitkering

Heb je na je ontslag recht op een ZW-uitkering of WIA-uitkering in verband met de functie waaruit je met ontslag bent gegaan? Dan wordt je SBF-uitkering verlaagd met het bedrag van de ZW- of WIA-uitkering.

Overlijdensuitkering

Als je komt te overlijden krijgen je nabestaanden een overlijdensuitkering. Bij ontbreken van nabestaanden kan de overlijdensuitkering deels of volledig worden uitgekeerd om de kosten van je laatste ziekte en van je uitvaart te betalen als die kosten niet uit je nalatenschap kunnen worden betaald. De overlijdensuitkering bedraagt drie keer je SBF-uitkeringsgrondslag. Als op de dag voor je overlijden een verlaging op je SBF-uitkering werd toegepast, is de overlijdensuitkering gelijk aan de SBF-uitkering die je ontving in de drie maanden voorafgaand aan de dag van je overlijden.

Verstrekken van inlichtingen

Je bent verplicht om alle gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van je SBF-uitkering of verlaging daarvan. Als je niet alle noodzakelijke gegevens of onjuiste gegevens verstrekt, wordt je SBF-uitkering niet of slechts gedeeltelijk uitbetaald.

Deels stoppen met werken

Ben je 60 jaar of ouder en heb je 5 jaar of langer aaneengesloten in een substantieel bezwarende functie gewerkt? Dan kun je in plaats van volledig te stoppen met werken, je werkgever ook vragen om je arbeidsduur in je SB-functie te verminderen met toekenning van een SBF-uitkering.

Wil je je arbeidsduur in je SB-functie verminderen?

Dan moet je arbeidsduurvermindering minimaal 10% en maximaal 50% van je oorspronkelijke arbeidsduur bedragen.
Als je gebruikmaakt van de PAS-regeling moet je dit beëindigen voordat je arbeidsduurvermindering in je SB-functie aanvraagt.
Als je je arbeidsduur met minder dan 50% hebt verminderd kunt je je werkgever later nogmaals vragen om arbeidsduurvermindering met toekenning van een SBF-uitkering. Je moet dan wel ten minste 50% van je oorspronkelijke arbeidsduur blijven werken.
Na arbeidsduurvermindering in je SB-functie kun je ontslag nemen voor de resterende arbeidsduur.
Je hebt bij arbeidsduurvermindering recht op een SBF-uitkering als je:

  • geen gebruik (meer) maakt van de PAS-regeling;
  • de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt;
  • geen WW-uitkering aanvraagt;
  • geen gebruikgemaakt hebt van de ‘Tijdelijke regeling overstap naar een niet-substantieel bezwarende functie’.

Duur van je SBF-uitkering

De duur van je SBF-uitkering is afhankelijk van je geboortejaar. Als je de arbeidsduur in je SB-functie vermindert, wordt je uitkeringsduur berekend door de uitkeringsduur uit de tabel te delen door je arbeidsduurvermindering. Je uitkeringsduur wordt hierdoor langer. Als je de arbeidsduur later nogmaals vermindert, wordt de uitkeringsduur opnieuw berekend. Je uitkering eindigt na afloop van de uitkeringsduur of zodra je je AOW-leeftijd bereikt.

Voorbeeld

Je bent geboren in 1959. Volgens de tabel heb je recht op 30 maanden SBF-uitkering. Je wilt 50% arbeidsduurvermindering. Je uitkeringsduur wordt dan 60 maanden. Als je na 24 maanden besluit met SBF-ontslag te gaan, heb je nog recht op 18 maanden volledige SBF-uitkering.

Hoogte SBF-uitkering

Je SBF-uitkering wordt berekend door 80% van je SBF-uitkeringsgrondslag te vermenigvuldigen met het percentage waarmee je je arbeidsduur hebt verminderd.

Arbeidsduurvermindering en IKB

In je SB-functie moet je minimaal 50% van je oorspronkelijke arbeidsduur blijven werken. Hier moet je rekening mee houden bij het opnemen van IKB-spaarverlof. Als je nog maar 50% van je oorspronkelijke arbeidsduur werkt, kun je je IKB-spaarverlof niet opnemen, zolang je een SBF-uitkering ontvangt. Als je meer dan 50% van je oorspronkelijke arbeidsduur werkt, kun je wel IKB-spaarverlof opnemen, zolang je arbeidsduur minimaal 50% van je oorspronkelijke arbeidsduur bedraagt.

Let op!

Voor nieuwe of hogere inkomsten, arbeidsongeschiktheidsuitkering, overlijdensuitkering en het verstrekken van inlichtingen gelden dezelfde bepalingen als bij SBF-ontslag.

SBF-overgangsrecht

Substantieel bezwarende functies worden regelmatig beoordeeld op het criterium ‘substantieel bezwarend’. Als bij die beoordeling is geconstateerd dat je SB-functie niet meer substantieel bezwarend is, geldt mogelijk voor jou het overgangsrecht substantieel bezwarende functies. Ook als je werkte in een functie waarvoor in het verleden functioneel leeftijdsontslag (FLO) gold, maar die niet als substantieel bezwarend is aangemerkt, geldt mogelijk voor jou het overgangsrecht substantieel bezwarende functies.

De volgende situaties zijn mogelijk:

A. De aanmerking substantieel bezwarend is vervallen na 31 maart 2015

B. De aanmerking substantieel bezwarend is vervallen voor 1 april 2015

C. De FLO-functie (lichamelijk en psychisch zware functie) is niet aangemerkt als substantieel bezwarend

Je werkte 5 jaar of langer aaneengesloten in een SB-functie toen de aanmerking verviel, en

Je was op die dag maximaal 5 jaar verwijderd van de dag waarop je ABP-pensioen op zijn vroegst in kan gaan, en

Je bent zonder onderbreking werkzaam gebleven in die functie

Je werkte 5 jaar of langer aaneengesloten in een SB-functie toen de aanmerking verviel, en

Je was op 1 april 2015 maximaal 5 jaar verwijderd van de dag waarop je ABP-pensioen op zijn vroegst in kan gaan, en

Je bent zonder onderbreking werkzaam gebleven in die functie

Je werkte op 1 januari 2000 5 jaar of langer aaneengesloten in een FLO-functie die niet werd aangemerkt als substantieel bezwarend, en

Je was op 1 april 2015 maximaal 5 jaar verwijderd van de dag waarop je ABP-pensioen op zijn vroegst in kan gaan, en

Je bent zonder onderbreking werkzaam gebleven in die functie

Je werkte 20 jaar of langer aaneengesloten in een SB-functie toen de aanmerking verviel, en

Je bent zonder onderbreking werkzaam gebleven in die functie

Je werkte op 1 januari 2000 20 jaar of langer aaneengesloten in een FLO-functie die niet werd aangemerkt als substantieel bezwarend, en

Je bent zonder onderbreking werkzaam gebleven in die functie

Een overzicht van functies die onder het overgangsrecht SB-functies vallen vind je in de bijlagen in de CAO Rijk.

Je hebt recht op overgangsrecht substantieel bezwarende functies als je behoort tot een van de doelgroepen in bovenstaande tabel en als je:

  • geen gebruik (meer) maakt van de PAS-regeling;
  • de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt;
  • geen WW-uitkering aanvraagt;
  • geen gebruik hebt gemaakt van de ‘Tijdelijke regeling overstap naar een niet-substantieel bezwarende functie’.

In dat geval kun je je werkgever vragen om ontslag uit je functie met toekenning van een uitkering overgangsrecht. Je kunt je werkgever ook vragen om arbeidsduurvermindering in je functie.

Duur van je uitkering overgangsrecht

De duur van je uitkering overgangsrecht wordt berekend door het aantal jaren dat jeaaneengesloten hebt doorgebracht in een SB-functie en/of FLO-functie te vermenigvuldigen met een maand. De duur van de uitkering bedraagt afhankelijk van je geboortejaar niet meer dan de duur in de tabel die geldt voor een reguliere SBF-uitkering.
De overige bepalingen zijn gelijk aan die voor een reguliere SBF-uitkering na SBF-ontslag of arbeidsduurvermindering.