Vervaltermijnen vakantie-uren

Voor wettelijke vakantie-uren, bovenwettelijke vakantie-uren en de vakantie-uren die u heeft meegenomen uit 2015 gelden vervaltermijnen. Een vervaltermijn begint na het kalenderjaar waarin de vakantie-uren zijn opgebouwd. U kunt uw vakantie-uren tot het einde van de vervaltermijn opnemen. Daarna vervallen ze.

De vervaltermijnen

De vervaltermijn voor de wettelijke vakantie-uren is 1 jaar. Voor de bovenwettelijke vakantie-uren is de vervaltermijn 5 jaar.

Voorbeeld
U werkt fulltime (gemiddeld 36 uur per week). In 2018 bouwt u 144 wettelijke vakantie-uren op. U kunt deze vakantie-uren opnemen in de kalenderjaren 2018 en 2019. Daarna vervallen ze. Daarnaast bouwt u 21,6 (afgerond 22) bovenwettelijke vakantie-uren (plus eventuele leeftijdsuren) op. Deze vakantie-uren kunt u opnemen of verkopen in het jaar 2018.

Neemt u deze bovenwettelijke vakantie-uren niet op of verkoopt u ze niet in 2018? Dan vervallen ze op 1 januari 2024.

Restant vakantie-uren 2015

Heeft u vakantie-uren die u niet had opgenomen of verkocht in 2015? Deze vakantie-uren hebben een vervaltermijn van 5 jaar: u kunt deze vakantie-uren opnemen of verkopen tot 2021. Daarna vervallen ze.

Vervaltermijn wettelijke vakantie-uren bij langdurige ziekte

Kunt u door een langdurige ziekteperiode (een deel van) uw vakantie-uren niet opnemen binnen de daarvoor geldende vervaltermijn van 1 jaar? Dan kunnen die wettelijke vakantie-uren mogelijk een vervaltermijn van 5 jaar krijgen. Ook deze termijn start na het kalenderjaar waarin deze vakantie-uren zijn opgebouwd. Uw werkgever beslist hierover op het moment dat de uren komen te vervallen. Beslist deze dat de vervaltermijn wordt verlengd? Dan heeft u nog 4 kalenderjaren om deze uren op te nemen. Meer hierover leest u bij het onderwerp Ziek zijn en vakantie-uren opnemen.

Vervaltermijn wettelijke vakantie-uren in zeer bijzondere omstandigheden

Naast de situatie van ziekte kan slechts in zeer bijzondere omstandigheden de vervaltermijn van wettelijke vakantie-uren opgerekt worden. Alleen als u door uw werkgever niet in de gelegenheid bent gesteld om de wettelijke vakantie-uren te gebruiken voor het verstrijken van de daarvoor geldende vervaltermijn van 1 jaar, kunt u deze op een later tijdstip alsnog gebruiken. In dat geval geldt een ruimere vervaltermijn van 5 kalenderjaren voor die wettelijke vakantie-uren. Deze termijn start na afloop van het kalenderjaar waarin deze vakantie-uren zijn opgebouwd.