Rijksbrede informatie Ondernemingsraad (OR)

De ondernemingsraad (OR) is een gekozen personeelsvertegenwoordiging. De rechten en plichten van de ondernemingsraad zijn geregeld in de Wet op de ondernemingsraden (WOR). De OR bestaat uit werknemers die namens het personeel overleg voeren met de werkgever. Het is voor u een krachtig middel om actief betrokken te zijn en inspraak te hebben bij uw dienstonderdeel.

Bij hele kleine diensten is er in plaats van de OR een personeelsvertegenwoordiging (PVT) met ongeveer dezelfde rechten en plichten als een OR.

Taken

De ondernemingsraad overlegt met uw werkgever over het organisatiebeleid en de personeelsbelangen. Op de agenda staan bijvoorbeeld:

  • bevorderen van werkoverleg;
  • zorg voor goede arbeidsomstandigheden;
  • interne milieuzorg;
  • gelijke behandeling van mannen en vrouwen;
  • inschakeling van gehandicapte of allochtone werknemers;
  • overleg over regelingen op personeel terrein en over organisatorische besluiten.

De ondernemingsraad maakt de wensen van de werknemers aan de werkgever duidelijk. Het overleg met de werkgever vindt plaats in de overlegvergadering. Minstens twee keer per jaar wordt de algemene gang van zaken besproken. De werkgever deelt dan mee welke belangrijke besluiten hij wil gaan nemen. Er worden afspraken gemaakt over wanneer en hoe de ondernemingsraad in de besluitvorming wordt betrokken.

Departementale ondernemingsraad en groepsondernemingsraad

Organisaties hebben vaak elk een eigen ondernemingsraad. Soms is er ook een overkoepelende ondernemingsraad. Bij ministeries is dit een departementale ondernemingsraad of een groepsondernemingsraad.

Onderdeelscommissies (OC)

Een ondernemingsraad kan onderdeelscommissies instellen voor onderdelen van de onderneming. De OR draagt dan meestal aan die commissies bevoegdheden over, zoals het overleg-, advies en instemmingsrecht.

Op 27 mei 2015 is de Groepsondernemingsraad Rijk (GOR Rijk) ingesteld. De GOR Rijk is ingesteld voor onderwerpen die in termen van de WOR van gemeenschappelijk belang zijn en die alle of een meerderheid van de ministeries betreffen.

Ministeries werken de laatste jaren binnen de rijksdienst steeds intensiever samen. Historisch gezien heeft de rijksdienst zich ontwikkeld langs departementale lijnen: ieder departement zijn eigen beleidsontwikkeling, eigen uitvoeringsorganisaties, eigen inspectie, eigen bedrijfsvoering en eigen medezeggenschap (rijksbreed ongeveer 220 ondernemingsraden).

De laatste jaren fungeert de rijksdienst echter steeds meer als één concern. Dit zorgt voor een slagvaardiger optreden richting burgers, bedrijven en andere overheden. Daardoor vragen ook steeds meer onderwerpen over de interne bedrijfsvoering of het personeelsbeleid om brede afstemming. Er was geen centrale rijksbrede OR om te zorgen voor brede afstemming met de medezeggenschap. Met de instelling van de GOR Rijk is dit ‘gat’ opgevuld.

Invloed uitoefenen via de ondernemingsraad

U heeft actief en passief kiesrecht:

  • Actief kiesrecht wil zeggen dat u kunt stemmen bij de verkiezing van een nieuwe ondernemingsraad of bij een tussentijdse vacature. U heeft dit kiesrecht wanneer u langer dan zes maanden in dienst bent.
  • Passief kiesrecht is de mogelijkheid om u verkiesbaar te stellen als lid van een ondernemingsraad. Voorwaarde hiervoor is dat u ten minste een jaar in dienst bent.

Een ondernemingsraad mag in zijn reglement bepalen, dat er afgeweken wordt van de wettelijke termijnen voor de minimale tijd die u in dienst moet zijn voor het actieve en passieve kiesrecht. Daarbij kan het gaan om een kortere of een langere diensttijd. Een ondernemingsraad kan dat doen als dat bevorderlijk is voor een goede toepassing van de Wet op de ondernemingsraden.

Verkiezing voor de ondernemingsraad

De zittingsperiode van een ondernemingsraad is 3 jaar. De ondernemingsraad kan in zijn reglement deze periode wijzigen in 2 of 4 jaar. In het reglement stelt de ondernemingsraad ook de verkiezingsprocedure vast. De vakbonden met leden binnen de organisatie kunnen kandidatenlijsten indienen. Ook medewerkers die geen vakbondslid zijn, kunnen zich kandidaat stellen op een zogenoemde vrije lijst. Zij hebben de handtekening nodig van een derde van de kiesgerechtigde werknemers, die geen lid zijn van een vakbond die een kandidatenlijst heeft ingediend. Hiervoor zijn maximaal 30 handtekeningen nodig. Kiesgerechtigde werknemers kunnen bij de verkiezing stemmen op de kandidaten die op de kandidatenlijsten staan. De stemming is schriftelijk en geheim.

Tussentijdse verkiezingen
Bij een ondernemingsraad ontstaat een vacature als iemand ontslag als lid neemt of als zijn dienstverband eindigt. Dan kan het gewenst zijn tussentijdse verkiezingen te houden om die vacature op te vullen. Als de volgende verkiezingen al snel weer komen, is dit niet nodig. Tussentijdse verkiezingen verlopen op dezelfde manier als gewone verkiezingen.

Worden er altijd verkiezingen gehouden?
Als er evenveel kandidaten als zetels in de ondernemingsraad zijn, is een verkiezing niet nodig. De kandidaten worden automatisch lid van de ondernemingsraad. Dit geldt ook als er minder kandidaten dan zetels zijn.

Voorzitter
De ondernemingsraad kiest een voorzitter en een of meerdere plaatsvervangers uit haar midden.

Wie de voorzitter is van de overlegvergaderingen met de werkgever, spreken de werkgever en de ondernemingsraad samen af. Als hierover niets wordt afgesproken, leiden de bestuurder namens werkgever en de voorzitter van de OR om de beurt de overlegvergadering.

Bevoegdheden

De ondernemingsraad heeft een aantal bevoegdheden:

1. Recht op informatie
De werkgever moet de ondernemingsraad alle informatie geven die nodig is voor de vervulling van de taak van de OR. Dit geldt bijvoorbeeld voor de algemene gegevens over de werkzaamheden en de resultaten van de organisatie en de verwachtingen in de komende periode. Ook heeft de ondernemingsraad recht op gegevens over de werkgelegenheid en het gevoerde sociaal beleid.

2. Recht op overleg
Dit is een plicht voor de werkgever en de ondernemingsraad om samen overleg te voeren. Het overleg gebeurt in de overlegvergadering. Alle zaken over de organisatie kunnen hierin aan de orde komen. Er zijn een paar uitzonderingen. Het recht op overleg geldt niet:

  •  bij de onderwerpen die onder het georganiseerd overleg vallen;
  • bij besluiten op politiek niveau (besluiten van democratisch gekozen organen) over vaststelling van taken van de organisatie of een onderdeel daarvan, bijvoorbeeld het opheffen van een afdeling. Dit heet politiek primaat.

Als er geen recht op overleg is, is er ook geen adviesrecht en instemmingsrecht.

3. Initiatiefrecht
De ondernemingsraad kan zelf een voorstel doen voor alle sociale, organisatorische, financiële en economische zaken van het dienstonderdeel. Dit kan mondeling tijdens een overlegvergadering. De OR kan een voorstel ook buiten de overlegvergadering inbrengen. Dit gebeurt schriftelijk en met toelichting. Over het voorstel wordt minstens in één overlegvergadering gesproken. Uw werkgever is niet verplicht het voorstel over te nemen.

4. Adviesrecht
Uw werkgever is verplicht advies te vragen aan de ondernemingsraad over belangrijke organisatorische maatregelen, zoals een een inkrimping van het werk of een wijziging van de plaats waar het werk wordt uitgevoerd. Of een besluit belangrijk is, hangt af van de omstandigheden. Bijvoorbeeld van het aantal medewerkers voor wie het besluit gevolgen heeft.

5. Instemmingsrecht
Uw werkgever heeft de instemming van de ondernemingsraad nodig voor het vaststellen, wijzigen of beëindigen van regelingen op het gebied van personeelsbeleid en sociaal beleid. Bijvoorbeeld regelingen over werktijden en vakantie, regelingen over ziekteverzuim en re-integratie of een studiefaciliteitenregeling. Uw werkgever kan ook (niet verplicht) over andere onderwerpen instemming aan de OR vragen. Hij kan daar later niet meer op terugkomen.

Inspraak ondernemingsraad in benoeming en ontslag bestuurder

De bestuurder oefent in de organisatie de hoogste zeggenschap uit bij de leiding van de arbeid. Zoals de secretaris-generaal of gemeentesecretaris (de politieke leiding zoals een minister treedt niet als bestuurder op). Hij voert feitelijk het overleg met de medezeggenschap. De ondernemingsraad heeft een adviesrecht bij de benoeming en ontslag van de bestuurder.

Wat gebeurt er als de ondernemingsraad niet instemt met een voorgenomen besluit van mijn werkgever?

Uw werkgever kan de Bedrijfscommissie voor de overheidvragen om te bemiddelen. Heeft de bemiddeling geen resultaat, dan kan uw werkgever de kantonrechter verzoeken om vervangende instemming voor zijn besluit. Ook de OR kan vragen de werkgever te verplichten iets te doen of na te laten. Uw werkgever moet de uitspraak van de kantonrechter volgen.

Wat gebeurt er als de ondernemingsraad een negatief advies uitbrengt?

Uw werkgever moet de uitvoering van de plannen een maand uitstellen. De OR kan dan de zaak voorleggen aan de Ondernemingskamer van het Gerechtshof in Amsterdam. Die beoordeelt of het voorgenomen besluit van uw werkgever redelijk is. Is dit volgens de Ondernemingskamer niet het geval, dan kan de Ondernemingskamer uw werkgever verplichten het besluit in te trekken of de gevolgen ongedaan te maken.

Als de ondernemingsraad geen advies uitbrengt binnen de daarvoor gestelde termijn, kan uw werkgever de uitvoering van de plannen toch een maand uitstellen in afwachting van dit advies. Dit hoeft niet als de OR zelf duidelijk aangeeft dat er geen beroep bij de Ondernemingskamer wordt ingesteld. De ondernemingsraad is niet verplicht tot advisering.

Faciliteiten

De OR kan tijdens werktijd vergaderen en gebruikmaken van de faciliteiten van uw organisatie, zoals vergaderruimten, telefoon en briefpapier. Leden van de ondernemingsraad kunnen tijdens werktijd een cursus volgen en de achterban raadplegen. Hiervoor is een maximum aantal uren beschikbaar. De ondernemingsraad kan ook op kosten van de werkgever bepaalde deskundigen raadplegen. Bij uw eigen werkgever kunt u navragen hoeveel tijd u aan het werk voor de OR kunt besteden.