Vaste of tijdelijke aanstelling

Bij een vaste aanstelling bent u aangesteld voor ‘onbepaalde tijd'. Bij een tijdelijke aanstelling bent u aangesteld voor een bepaalde periode, zoals voor 1 jaar of voor de duur van een bepaald project.

Uw werkgever bepaalt of u als nieuwe medewerker in vaste of tijdelijke dienst komt. Meestal krijgt u eerst een tijdelijke aanstelling voor een proeftijd. Naast de proeftijdaanstelling zijn er ook andere tijdelijke aanstellingen mogelijk.

Voorkomen moet worden dat personeel langdurig structurele werkzaamheden verricht op basis van flexibele contractvormen, zoals tijdelijke aanstellingen. Dit heeft het Rijk bepaald in de Circulaire toepassing Wet werk en zekerheid bij de Rijksoverheid.

Opeenvolgende tijdelijke aanstellingen

Heeft u een tijdelijke aanstelling? Dan kan uw werkgever u na afloop van de afgesproken periode een nieuwe tijdelijke aanstelling verlenen. Hierbij moet de werkgever zich houden aan de zogenoemde ‘flexbepalingen’.

In algemene dienst

Iedere medewerker in vaste dienst is aangesteld ‘in algemene dienst van het Rijk’. Hierdoor kunt u bij een ander onderdeel van de sector Rijk gaan werken zonder eerst ontslagen en vervolgens weer aangesteld te worden. In plaats daarvan wordt u overgeplaatst. Doel hiervan is om de mobiliteit te bevorderen en uw loopbaanmogelijkheden binnen het Rijk te vergroten.

Beëindiging vaste aanstelling

Bij beëindiging van een vaste aanstelling is sprake van ontslag. Ontslag kan alleen plaatsvinden op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR). U kunt zelf ontslag nemen of uw werkgever kan het initiatief nemen.

Beëindiging tijdelijke aanstelling

Een tijdelijke aanstelling eindigt automatisch aan het einde van de aanstellingsperiode, maar kan ook tussentijds worden beëindigd. Zie voor meer informatie: Ontslag uit tijdelijke dienst.

Wet- en regelgeving