Dienstwoning

Uw werkgever kan u vanwege uw functie verplichten in een door hem aangewezen dienstwoning te gaan wonen. Voor het gebruik van die woning betaalt u een vergoeding aan uw werkgever.

Maandelijkse vergoeding

De maandelijkse vergoeding voor uw dienstwoning is gelijk aan de economische huurwaarde van de woning. U betaalt uw werkgever dus ongeveer hetzelfde bedrag dat u voor een vergelijkbare huurwoning zou betalen. De vergoeding voor uw dienstwoning bedraagt maximaal 12% van uw salaris plus een eventuele waarnemingstoelage en periodieke toeslag (de berekeningsgrondslag).

Loonheffing

Is de huurwaarde van uw dienstwoning hoger dan 12% van de berekeningsgrondslag? Dan betaalt u dus geen hogere vergoeding. U moet echter wel loonheffing betalen over het bedrag dat boven die 12% uitgaat. Er is geen loonheffing verschuldigd boven 18% van de berekeningsgrondslag.

Verhoging huurwaarde

De huurwaarde van dienstwoningen is per 1 januari 2018 verhoogd met 3,9%. Deze verhoging geldt niet voor woningen die op of na 1 januari 2018 gereed zijn gekomen. Jaarlijks wordt vastgesteld met welk percentage de huurwaarde per 1 januari wordt verhoogd.

Energie en water

Voor het gebruik van energie en water betaalt u afzonderlijke percentages. Hierbij gelden maximumbedragen. Deze percentages en bedragen worden jaarlijks per 1 januari vastgesteld. Zie voor de huidige percentages en maximumbedragen de tabel hieronder.

Tabel per 1 januari 2019
Vergoeding voor: Percentage van berekeningsgrondslag:

Maximumbedrag:

Verwarming

 2,4%

127,29 euro

Energie voor koken  0,9%

40,22 euro

Elektrische energie, anders dan voor verwarming en koken  0,9%

27,84 euro

Leidingwater  0,4%

15,75 euro

Wet- en regelgeving

ARAR Artikel 56
ARAR Artikel 103
ARAR Artikel 104
Besluit betaling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel
Circulaire: Wijzigingen in de financiële arbeidsvoorwaarden per 1 januari 2014 sector Rijk
Regeling vaststelling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel 2011–2012