Gevolgen levensloopregeling

Door deelname aan de levensloopregeling verlaagt of verhoogt u uw bruto belastbaar inkomen.

Het bedrag van het belastbaar inkomen bepaalt of en welk recht u heeft op inkomensafhankelijke toeslagen. Denk aan huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag of studiefinanciering, voorzieningen of eventuele sociale zekerheidswetten (bijvoorbeeld werkloosheidsuitkering). Het is dus raadzaam om de gevolgen goed te bekijken.

Salarisberekening

U kunt een simulatie van uw salarisberekening aanvragen va het P-Direktportaal > Financiën en salaris > Salaris simulatie.

Levensloopverlof en vakantie-uren, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering

U bouwt over de verlofuren geen vakantie-uren op. Ook vindt over de opgenomen uren levensloopverlof geen opbouw van de eindejaarsuitkering en vakantie-uitkering plaats.

Levensloopverlof en compensatie-uren

Tijdens uw levensloopverlof stopt de opbouw van uw compensatie-uren.

Levensloopverlof en zwanger

Als u tijdens het levensloopverlof recht heeft op zwangerschaps- en bevallingsverlof, wordt het levensloopverlof direct opgeschort.

Levensloopverlof en ziek

Bent u 4 weken of langer ziek? Dan wordt het levensloopverlof opgeschort tot het moment dat u weer volledig arbeidsgeschikt bent. Na deze 4 weken ontvangt u weer uw gebruikelijke salaris. U meldt uw werkgever direct dat u ziek bent.

Arbeidsongeschikt of werkloos?

Heeft u andere bronnen dan uw vakantie-uitkering ingezet voor uw levenslooptegoed, bijvoorbeeld een gedeelte van uw salaris? Dan leidt dit tot een lagere uitkering in geval van werkloosheid (WW en BWWW) of arbeidsongeschiktheid (WIA).

Raakt u arbeidsongeschikt of werkloos en u wilt uw levenslooptegoed laten uitkeren? Dan heeft dit geen effect op de uitkering die u ontvangt.

Levensloop en een nieuwe baan

Als u van werkgever verandert, kunt u het levenslooptegoed meenemen naar uw nieuwe werkgever en verder sparen. Ook kunt u het levenslooptegoed laten uitbetalen. Op het uitbetaalde bedrag wordt de gebruikelijke loonheffing ingehouden. U kunt er ook voor kiezen om (een gedeelte van) het levenslooptegoed over te laten boeken naar een andere bank, verzekeringsmaatschappij of beleggingsinstelling. Ook kunt u uw gespaarde levenslooptegoed laten staan en er (vooralsnog) niets mee doen.

Levensloop en pensioen / AOW-leeftijd

Gaat u met pensioen of bereikt u de AOW-leeftijd? Dan moet het levenslooptegoed worden uitbetaald vóór het bereiken van de AOW-leeftijd. Op het uitbetaalde bedrag wordt de gebruikelijke loonheffing ingehouden. Onder bepaalde fiscale voorwaarden kunt u uw levenslooptegoed inleggen voor het opbouwen van extra pensioen. U kunt niet doorsparen in de levensloopregeling als u na het bereiken van de AOW-leeftijd blijft doorwerken.

Levensloopverlof en ruilen stimuleringspremie

Komt u in aanmerking voor een stimuleringspremie bij ontslag? En wilt u deze geheel of gedeeltelijk inzetten ('ruilen') voor de financiering van een verlofperiode? Dan kunt u daarnaast geen levensloopverlof opnemen. Wilt u uw levenslooptegoed  gebruiken voor een verlofperiode? Dan moet u het levensloopverlof opnemen voorafgaand aan deze periode van onbetaald verlof.

Overlijden

Als u komt te overlijden, betaalt uw werkgever het levenslooptegoed aan uw erfgenamen uit. Hierop wordt loonheffing ingehouden. Heeft u een levensloopverzekering? Dan is het overlijdensrisico mogelijk voor eigen rekening en krijgen uw erfgenamen niets. Het kan ook zijn dat zij een gedeelte van het gespaarde levenslooptegoed krijgen. Meestal is dat 90%. Houd er rekening mee dat erfgenamen over de uitkering misschien ook nog erfbelasting moeten betalen.